22 december 2010

Vanacht


Mijn kleine ogen knipperen
kinderstemmen stijgen op
Het carillion slaat één keer
Water druipt uit de dakgoot

Achter start een witte auto
Iemand zwaait uit de verte
Een hond trekt stevig door
De buurman sluit zijn poort

De wind raapt nu alles op
een kind stamt in een plas
een vrouw haast zich voort
de druppels worden groter

Binnen staat het leven stil
moeder en kind slapen nog
Op de grond liggen kleren
en in het melkglas staar ik

In de hal ligt een sporttas
Ik kan al mijn ribben tellen
mijn gezicht lijkt versteend
Onder mij klinkt een toilet

Een teddybeer gromt zacht
In de hoek blaft mijn hond
Takken dansen op de muur
Ik zie mezelf in mijn ogen

Het carillion slaat opnieuw
De zon prikt nu mijn gelaat
Ik wrijf wat door mijn haar
Mijn hele lichaam is drijfnat

Ik trek het laken van mij af
Moeder en kind slapen nog
Op de grond liggen kleren
Buiten wast een vogel zich

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen